Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeC. KadernotaPerspectief 2020-2029

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Perspectief 2020-2029

Nieuw in de financiële kadernota is de paragraaf "Perspectief 2020-2029" waarin we de financiële positie van de gemeente Leiderdorp op de lange termijn schetsen aan de hand van een aantal relevante ontwikkelingen.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds
De algemene uitkering uit het gemeentefonds vormt ongeveer de helft van de totaal beschikbare middelen van de gemeente. In de afgelopen jaren is die uitkering substantieel toegenomen en bovendien is de behoedzaamheidsreserve maximaal ingezet voor de dekking van autonome ontwikkelingen, nieuwe beleidswensen en het afvoeren van enkele bezuinigingen waartoe eerder was besloten.

In de loop van 2018 bleek dat de rijksuitgaven achterbleven bij de verwachtingen met een tussentijdse verlaging van de algemene uitkering 2018 van ruim € 700.000. Dit nadeel is t.l.v. de behoedzaamheidsreserve gebracht. In het raadsvoorstel naar aanleiding van de septembercirculaire 2018 bent u daarover geïnformeerd. Als we de signalen goed inschatten zijn we er daarmee nog niet. In de meicirculaire 2019 zal er meer duidelijkheid komen over de afrekening 2018 en de vraag welke kant het voor 2019 opgaat. De signalen voor 2019 zijn dat de rijksuitgaven cq de algemene uitkering eveneens achterblijft bij de ramingen. Op grond van deze tendens gaan we er vanuit dat er voor de komende jaren geen extra geld via het gemeentefonds beschikbaar komt die uitgaat boven de compensatie ter dekking van de loon- en prijsontwikkeling.

Verder is er een herziening van het totale gemeentefonds per 2021 op komst. Het doel van de herziening van het gemeentefonds is te komen tot een volledige en integrale herijking van het gemeentefonds. Alle uitgavenclusters worden bij de herziening betrokken, evenals de manier waarop de inkomsten van gemeenten verevend worden. Met deze herziening van het gemeentefonds wordt onder meer beoogd de vastgestelde knelpunten in de verdeling van de middelen voor het sociaal domein op te lossen.

Het ministerie van BZK heeft gekozen voor een verdeelonderzoek langs twee sporen (“percelen”). Eén voor het sociaal domein (de evaluatie verdeelmodellen sociaal domein, EVSD) en één voor het “klassiek gemeentefonds” (de overige delen van het gemeentefonds). Voor beide verdeelonderzoeken wordt een nieuwe statistische methode, namelijk de regressieanalyse op gemeentelijke uitgaven gebruikt. Met deze herziening zal de onzekerheid over de algemene uitkering voorlopig alleen maar toenemen. In de meicirculaire 2020 verwachten we de eerste resultaten van deze herziening.

Sociaal domein
Op basis van de concept begroting TWO jeugdhulp 2020 (versie maart 2019) verhogen we in deze kadernota de budgetten voor jeugdhulp incidenteel voor 2020. Als dekking wordt de reserve Sociaal Domein ingezet. Tegelijkertijd kunnen we constateren dat de tekorten structureel van aard zijn en dat incidentele dekking slechts beperkt houdbaar is. Bovendien zullen de huidige overschotten bij de Wmo - waarmee de reserve Sociaal Domein wordt gevoed en die we feitelijk gebruiken om de tekorten bij jeugd te compenseren - als gevolg van de invoering van een vast abonnementstarief en daarmee het afschaffen van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage naar verwachting grotendeels of volledig verdampen. We zien daarnaast diverse andere ontwikkelingen die alle van invloed zijn op de kosten voor Jeugdhulp, waarvan de financiële impact de komende jaren duidelijk zal worden. Ondanks die onzekerheid streven we er naar om de kosten voor jeugdhulp in 2020 met ingang van 2021 structureel en realistisch te begroten en het komende jaar te benutten om hiervoor dekking aan te geven.

Tegen die tijd hebben we in ieder geval een beter beeld van de financiële gevolgen van het nieuwe verdeelmodel jeugd, dat is gericht op invoering per 2021 en dat naar verwachting voor Leiderdorp een gunstig effect zal hebben. Door met de gemeenten in Holland Rijnland realistisch te begroten blijven we op dit moment redelijk binnen de financiële kaders. Het afvlakken van de indexeringen zal naar verwachting echter leiden tot een opwaartse druk op de kosten, vooral benodigd om zeker te stellen dat we ook in de toekomst een kwalitatief goede jeugdhulp kunnen blijven bieden. De financiële effecten van de doorontwikkeling van de jeugdhulp in de Leidse Regio – voorzien voor 2021 – zien we pas de daaropvolgende jaren 2022 en 2023 terug. Dan kunnen we ook iets zeggen over de omvang en richting ervan. De verwachting is dat de kosten aanvankelijk nog licht zullen stijgen en pas op termijn zullen temporiseren/dalen.

Uitvoering Wet verplichte GGZ
Per 1 januari 2020 wordt de nieuwe wet Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van kracht. Deze wet vervangt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). Een belangrijke verandering is dat verplichte zorg straks ook buiten een GGZ-instelling opgelegd kan worden. Uitgangspunt is dat iemand alleen na het oordeel van een rechter tegen zijn wil opgenomen kan worden. De wet heeft beleidsmatig en organisatorisch gevolgen voor gemeenten. Zo krijgt iedereen de mogelijkheid om bij de gemeente een melding te doen als hij van mening is dat iemand (verplichte) psychische zorg nodig heeft. De gemeente moet die melding onderzoeken (verkennend onderzoek) en zo nodig het traject naar een ‘zorgmachtiging’ (de huidige Rechterlijke Machtiging) bij het OM in gang zetten. Ook moet de zorgverlener bij ontslag van een inwoner uit een gedwongen opname zorg dragen voor een warme overdracht aan de gemeente. De burgemeester behoudt een belangrijke rol bij een crisis, waarin hij op advies van een psychiater een (crisis)maatregel kan opleggen. Daarbij moet hij zo mogelijk de betrokkene horen. Naar de inzichten van dit moment verwachten wij een toename van de kosten met ca. € 100.000 structureel. Of de kosten van deze nieuwe taak vanuit de jeugdwet, de zorgverzekeraars of op een alternatieve wijze gecompenseerd worden, bestaat vooralsnog geen duidelijkheid. Om die reden melden wij deze ontwikkeling voor dit moment als risico cq pm post aan.

Integraal Beheer Openbare Ruimte
Recent hebben wij de beheerplannen IBOR geactualiseerd en vastgesteld (onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van voldoende middelen door de raad). Teneinde tot een sluitend meerjarenbeeld te komen hebben wij ook in de nu opgestelde beheerplannen een temporisering van de uitvoering groot onderhoud doorgevoerd. Door deze maatregel schuift een deel van de beheerskosten door naar de planperiode ná 2023.

Los daarvan is in de presentatie van de beheerplannen het saldo van de budgettaire effecten, na inzet van de Bestemmingsreserve Integraal Beheer, tot en met 2029 in beeld gebracht. De uitvoering van de beheerplannen vergt aanvullende middelen die oplopen tot ruim € 700.000 in 2029. Dat betekent dat er in de jaren ná 2023 jaarlijks gemiddeld nog ca € 80.000 extra nodig is.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP)
In november 2016 is de kadernota Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2017-2021 vastgesteld. Van daaruit zijn vanaf eind 2018 samen met de schoolbesturen een uitvoeringsplan en investeringsagenda voor nieuwbouw en vernieuwbouw (renovatie) voor de komende 15 jaar opgesteld. Dit integraal huisvestingsplan wordt na de zomer 2019 ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd met, indien mogelijk daarin een voorstel voor dekking van (één van) de investeringen. In dat geval worden de financiële effecten van dat plan meegenomen bij de begrotingsbehandeling in november. Dat zou aan de orde kunnen zijn voor de scholen Hobbit en Bolwerk en de gymzaal Klerkenhof, waar in 2021 vernieuwbouw (renovatie) voor is voorzien. Omdat in het jaar van renovatie de scholen tijdelijk gehuisvest moeten worden, zijn de kosten in dat jaar erg hoog. Vanaf het jaar na de bouwwerkzaamheden, wordt er op de investering (40 jaar) afgeschreven. Onderstaand overzicht geeft aan welke investeringen in de onderwijshuisvesting de komende 15 jaar worden voorzien. Hierin is de Leo Kannerschool (Touwbaan) niet opgenomen, daar we op dit moment nog onvoldoende inzichtelijk hebben welke maatregelen nodig zijn om de school de komende jaren in stand te houden. Voor de tijdelijke huisvesting nodig tijdens vernieuwbouw is 5 jaar vooruit gekeken, vandaar dat de tijdelijke huisvesting voor de Schakel in 2026 niet is meegenomen. De kosten voor tijdelijke huisvesting Elckerlyc zijn een inschatting op basis van leerlingenaantal. Door fasering in verbouwing of gebruikmaking van een leegstaand (kantoor)pand kunnen kosten worden bespaard.

VOORKEURSVARIANT (=BASIS)

Jaar

Investering gemeente

Investering schoolbestuur

Vernieuwbouw Elckerlyc

2024

€ 2.410.000

€ 152.000

Uitbreiding Elckerlyc

2024

€ 750.000

€ 29.000

Vernieuwbouw de Hobbit

2021

€ 1.750.000

€ 118.000

Vernieuwbouw 't Bolwerk

2021

€ 1.790.000

€ 121.000

Vernieuwbouw gymzaal Hobbit/Bolwerk

2021

€ 580.000

Vernieuwbouw Willem de Zwijger

2023

€ 2.240.000

€ 121.000

Vernieuwbouw de Schakel

2026

€ 2.200.000

€ 121.000

Nieuwbouw PC Hooft College

2022

PM

PM

TOTALE INVESTERING

€ 11.720.000

€ 662.000

Tijdelijke huisvesting eerste 5 jaar

€ 1.200.000

TOTAAL

€ 12.920.000

Deze investeringsopgave en de daaraan verbonden kapitaallasten resp. de kosten voor de tijdelijke huisvesting zijn tot op heden in het meerjaren investeringsplan noch in de meerjarenraming opgenomen. In de voorliggende kadernota ontbreekt de financiële ruimte om deze investeringsvoornemens te honoreren. Naast het benodigde budget voor de tijdelijke huisvesting van € 1,2 miljoen, lopen de kapitaallasten van deze investeringsvoornemens op van € 134.000 in 2022 tot € 370.000 in 2029.

Lokale heffingen
In het coalitieakkoord 2018-2022 zijn met betrekking tot de lokale heffingen afspraken gemaakt. We verhogen de lokale lasten (OZB, afvalstoffenheffing) jaarlijks met niet meer dan de inflatiecorrectie. Uitzondering is de jaarlijkse extra verhoging van de rioolheffing op basis van het Integraal Waterketen Plan (IWKP) voor toekomstige vervangingsinvesteringen en inflatiepercentage. Verder bouwen we vanaf 2019 de hondenbelasting in drie jaar met een gelijk percentage af. Tenslotte moeten we maatregelen nemen voor het wegvallen van de precariobelasting in 2022. We willen de precario-opbrengst vereffenen met een verhoging van de lokale lasten. De lastendruk voor de inwoners moet gemiddeld gelijk blijven.

Motie 14 Lokale heffingen
In de begrotingsraad van 9 november 2018 is de motie lokale heffingen aangenomen. Deze motie roept het college op om te onderzoeken of, en zo ja hoe de lokale heffingen (lokale lasten en kosten voor begraven) voor inwoners van Leiderdorp structureel omlaag kunnen en verder om met een voorstel te komen voor een structurele dekking hiervan.

In het voorwoord van de deze financiële kadernota hebben wij, gelet op het hiervoor geschetste perpectief 2020-2029, aangegeven dat de financiële positie op de lange termijn onder druk staat. Zonder een forse ombuigingsoperatie en/of verhoging van de gemeentelijke belastingen zal de gemeente op termijn niet tot een sluitend meerjarenbeeld komen waarin de structurele lasten voor o.a. jeugdzorg, onderwijshuisvesting en beheer openbare ruimte zijn gedekt.

Het structureel verlagen van de lokale heffingen is in dat perspectief geen optie omdat daarmee een structureel en reëel sluitende begroting op de lange termijn niet langer haalbaar is. Om die reden zal het college motie 14 niet uitvoeren. Wij beschouwen deze motie hiermee als afgedaan.

Afvalstoffenheffing / Precario
In het raadsbesluit van 29 mei 2017 over het rapport “Scenario onderzoek afvalscheiding” en de daarbij behorende ‘notitie resultaten toekomst afvalinzameling Leiderdorp’ is besloten om te onderzoeken in welke mate de afvalstoffenheffing, door wijziging van de afvalinzameling, verlaagd kan worden. Zoals bekend is de beslissing over de invoering van 'omgekeerd inzamelen' uitgesteld tot eind 2019. Pas na besluitvorming zal er zicht komen op wat dat voor de exploitatie zal betekenen cq of de afvalstoffenheffing kan worden verlaagd. Het uitstel betekent dat een uitspraak over de eventuele verlaging van de afvalstoffenheffing ook in deze kadernota niet mogelijk is. Of de tarieven voor de afvalstoffenheffing na introductie van 'omgekeerd inzamelen' verlaagd kunnen worden is onzeker. In deze kadernota stellen wij wel voor om de verhoging van de afvalstoffenbelasting door de rijksoverheid zonder een verhoging van de tarieven binnen de begroting van de reiniging op te lossen.

Zoals naar aanleiding van raadsvragen bij de jaarrekening 2017 m.b.t. het onderzoek naar een mogelijke verlaging van de afvalstoffenheffing is gemeld zijn wij voornemens om naast toetsing aan de werkelijke uitgaven voor afvalinzameling ook de omvang van de opgebouwde egalisatiereserve reiniging en de wijze waarop we het verlies van de precarioheffing in 2022 kunnen compenseren bij de uitkomsten te betrekken.

Inmiddels is de opgebouwde egalisatiereserve reiniging opgelopen tot ca. € 4,5 miljoen. Van dit bedrag is waarschijnlijk een deel nodig voor de implementatiekosten van het omgekeerd inzamelen. Het resterende bedrag kan overeenkomstig de doelstelling van deze reserve worden ingezet om de tarieven voor meerdere jaren te verlagen. Nu het onderzoek naar een mogelijke verlaging van de tarieven opnieuw is opgeschoven zou dat betekenen dat een dergelijke verlaging voor het eerst in 2021 geëffectueerd zou kunnen worden.

Met betrekking tot de compensatie van het verlies van de opbrengst precario op ondergrondse leidingen zijn in de raadsvergadering van 26 juni 2017 door uw raad uitgangspunten vastgesteld. Zo voeren we de afschaffing van de precariobelasting op kabels en leidingen én de verlegging naar andere lokale heffingen met ingang van 2022 in één keer (lastenneutraal) uit. Dat betekent dat de lokale heffingen met ingang van 2022 gaan stijgen met ca € 570.000.

Teneinde een jo-jo-effect in de tarieven van de gemeentelijke heffingen te voorkomen stellen wij voor om de eventuele verlaging van de afvalstoffenheffing, door bijv. de inzet van de egalisatiereserve, te laten samenvallen met de verhoging van de lokale heffingen in 2022 in verband met de compensatie voor het verlies van de opbrengst precario.

Toezegging 28 Lasten van één en meerpersoonshuishoudens
In de begrotingsraad van 9 november 2018 is de volgende toezegging gedaan: "De mogelijkheden schetsen om de lasten van één- en meerpersoonshuishoudens eventueel dichter bij elkaar te brengen." Deze toezegging ziet op een herverdeling van de lokale lasten zonder wijziging van de opbrengst die in de begroting is geraamd. Voor de invulling van deze toezegging is het volgende relevant.

In verband met de overgang naar de Belasting Samenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) per 1 januari 2020 zal de vaststelling en de invordering van de rioolheffing overgaan van Oasen naar de BSGR. Tot 31-12-2019 wordt de heffing op basis van het werkelijke aantal kubieke meter waterverbruik berekend door Oasen. Die berekening loopt automatisch mee in de facturering door een opslag van € 1,17 per m3 water. Met de overgang naar de BSGR is deze werkwijze niet langer toepasbaar omdat de koppeling tussen het werkelijke waterverbruik en de aanslag dan vervalt. De bepaling van de rioolheffing vergt met ingang van 2020 dus een wijziging van de systematiek. Voor die wijziging zijn meerdere scenario's denkbaar, bijvoorbeeld één tarief per aansluiting met een opslag voor het watergebruik boven een bepaalde grens, een gestaffeld tarief, een onderscheid tussen één - en meerpersoonshuishoudens en een onderscheid tussen woningen en niet-woningen. Uiteraard kijken we bij de uitwerking ook naar de werkwijze van de regiogemeenten. Het is waarschijnlijk dat de systeemwijziging ook herverdelingseffecten met zich meebrengt.

Wij zijn dan ook voornemens om voorafgaande aan de begrotingsbehandeling met een voorstel te komen waarin de systematiek voor de rioolheffing alsmede het verdelingsvraagstuk aan de orde komen. Daarmee geven we ook invulling aan bovengenoemde toezegging.

Toezegging 27 Grafrechten
In de begrotingsraad van 9 november 2018 is de volgende toezegging gedaan: "Bij de volgende Kadernota wordt inzichtelijk gemaakt of de grafrechten voor het algemene graf bijgesteld kunnen worden. " De strekking van deze toezegging was om na te gaan of door een herschikking van de tarieven de grafrechten voor het algemene graf bijgesteld zou kunnen worden. Aangezien het hier eveneens een herverdeling betreft stellen wij u voor om de invulling van deze toezegging te betrekken bij de voorstel over de systematiek voor de rioolheffing. De uitkomst van de raadsbehandeling wordt vervolgens betrokken in het tarievenvoorstel van december 2019.

Ga naar boven