Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeC. KadernotaAlgemene uitgangspunten

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Algemene uitgangspunten

Beginstand 2018-2021
Zoals gebruikelijk starten we de kadernota met de stand van de lopende begroting. Deze stand is opgebouwd vanaf de primitieve begroting 2018-2021 t/m de voorliggende begrotingswijziging bij de 1ste bestuursrapportage 2018. Voor de inhoudelijke besluiten verwijzen wij u naar de betreffende raadsbesluiten resp. raadsvoorstellen. In het meerjarenbeeld wordt vervolgens de jaarschijf voor het jaar 2022 toegevoegd in deze kadernota. De beginstand laat het volgende beeld zien.

Nr.

Onderwerp

I/S

2019

2020

2021

2022

Stand van de begroting voor de Kadernota 2019-2022

64.000

64.000

64.000

64.000

1

1ste bestuursrapportage 2018

I/S

48.839

48.839

48.839

48.839

Begrotingssaldo

112.839

112.839

112.839

112.839

nadelig

nadelig

nadelig

nadelig

Indexering baten
Op 26 maart 2018 is het Centraal Economisch Plan 2018 van het CPB gepubliceerd. In de kerngegevenstabel is het verwachte indexeringspercentage opgenomen dat wij aanhouden voor de indexering van de inkomsten van de gemeente Leiderdorp. De nationale consumentenprijsindex (cpi) bedraagt voor 2019 2,4%. Voor 2018 bedraagt het CPI 1,6% terwijl bij de begroting 2018 nog 1,5% werd verwacht. Voorgesteld wordt nu om de inkomsten in de begroting te verhogen met 2,5 %, te weten 2,4% plus de correctie voor 2018 van 0,1%. Op deze wijze wordt de indexering op het meest actuele beeld gebaseerd.

Indexering lasten
Het is gebruikelijk om de personele budgetten in de begroting jaarlijks te laten meegroeien met de feitelijke loonkostenontwikkeling. De huidige CAO gemeenten loopt tot 31 december 2018. Een loonsverhoging in 2019 is onderwerp van onderhandeling. Voor de begroting gaan wij uit van de ontwikkeling zoals die ook door het Centraal Planbureau wordt verwacht voor de loonkosten van 3,2% minus een correctie over de geraamde ontwikkeling voor 2018 van 1,6%. Per saldo komt de indexering dan ook uit op 1,6%.

De budgetten voor de materiële lasten worden met ingang van 2018 in de begroting geïdexeerd met het percentage voor de prijsontwikkeling van de netto materiële overheidsbestedingen (imoc) zoals deze in het Centraal Economisch Plan 2018 van het CPB zijn gehanteerd. Het percentage voor 2018 is gelijk aan het percentage dat voor de begroting 2018 is gebruikt. Een correctie voor dat jaar is dan ook niet nodig. De indexering voor 2019 komt op 1,4%.

De indexering van de verstrekte subsidies voor 2019 is bij de vaststelling van de begroting 2018 reeds vastgesteld op een percentage van 2,0% voor de huisvestingssubsidie en voor een drietal gesubsidieerde instellingen is rekening gehouden met de CAO-ontwikkeling van 2,5%. Voor de indexering van de bijdragen aan de meeste gemeenschappelijke regelingen is aangesloten bij de afspraken die met de regio-gemeenten zijn gemaakt. De indexering is bepaald op 2,3% (incl. de nacalculatie over 2018 van 0,7%).

Areaalontwikkeling
De areaalontwikkeling voor de ontwikkeling van de waarden en de aantallen woningen en niet woningen is geactualiseerd naar de inzichten op dit moment. De berekening van de budgettaire effecten voor de opbrengst OZB alsook op de beheerskosten van de openbare ruimte zijn meegenomen. Die effecten zijn gelet op de beperkte ontwikkelingen gering.

Afschaffen precariobelasting
De raad heeft op 26 juni 2017 de uitgangspunten vastgesteld voor de compensatie van de wegvallende opbrengsten precario op kabels en leidingen. Die compensatie zal worden gevonden in de verlegging van deze opbrengsten naar één of meerdere andere belastingsoorten met ingang van 2022. In afwachting van de besluitvorming over die verlegging zijn de opbrengsten precario op kabels en leidingen 'voorlopig' geraamd op de afvalstoffenheffing.

Uitkomst kadernota 2019-2022 ­
Voor een goed beeld van de uitkomsten van de concept-kadernota 2019-2022 zijn de voorgenomen verrekeningen 2019 t/m 2022 met de behoedzaamheidsreserve gemeentefonds teruggedraaid. Rekening houdend met deze mutatie laat de kadernota over de jaren 2019 en 2020 een tekort zien en voor de jaren 2021 en 2022 resteert een overschot. Dit nadeel is uitgesplitst in incidenteel en structureel. Het meerjarenbeeld wordt sluitend gemaakt door een onttrekking aan de behoedzaamheidsreserve uitkering gemeentefonds in afwachting van meer inzicht in de ontwikkeling van de algemene uitkering. Over de uitkomsten van de meicirculaire wordt de raad separaat geïnformeerd.

Onderwerp

2019

2020

2021

2022

Begrotingssaldo

112.839

112.839

112.839

112.839

nadelig

nadelig

nadelig

nadelig

Totaal programma 1 Meedoen in Leiderdorp

652.845

667.431

661.103

596.639

Totaal programma 2 Aantrekkelijk Leiderdorp

445.912

297.182

270.182

264.182

Totaal programma 3 Bestuur en organisatie van Leiderdorp

959.440

1.160.172

1.346.912

1.644.925

Totaal programma Algemene dekkingsmiddelen

-909.647

-2.097.696

-2.727.732

-3.421.148

Totaal programma Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

372.539

475.560

310.560

154.560

Totaal exploitatie inclusief begrotingssaldo

1.633.928

615.488

-26.136

-648.003

nadelig

nadelig

voordelig

voordelig

Waarvan incidenteel

641.828

420.693

334.342

408.662

Waarvan structureel

992.100

194.795

-360.478

-1.056.665

Ga naar boven