Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeC. KadernotaOverhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

FINANCIËLE POSITIE KADERNOTA 2019
+ = nadeel en - = voordeel

I/S

Autonoom/ bestaand/ nieuw beleid

2019

2020

2021

2022

Nr

Programma Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

Indexering bijdrage GR-SP71

S

Autonoom

104.000

104.000

104.000

104.000

5.1

Ontwikkelingen SP71

S

Autonoom

133.000

251.000

125.000

23.000

5.2

Matchpoint

I

Autonoom

23.932

0

0

0

5.3

Beëindiging WIHW

I

Autonoom

-9.000

0

0

0

5.3

DZB Catering vanaf 2018

S

Autonoom

31.000

31.000

31.000

31.000

5.4

Certificaten electra en gas

I

Nieuw beleid

21.047

0

0

0

5.5

Ontwikkelingskosten VRIS

S

Nieuw beleid

28.000

-31.000

-70.000

-124.000

5.6 / 3.9

Onttrekking uit de Reserve informatiebeleid

I

Autonoom

-28.000

0

0

0

5.6 / 3.9

Aframen taakstelling formatie

S

Autonoom

68.560

68.560

68.560

68.560

5.7

Kapitaallastenontwikkeling

S

Zie bijlage

0

52.000

52.000

52.000

Totaal programma Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

372.539

475.560

310.560

154.560

A Overhead

5.1 Indexering bijdrage Gemeenschappelijke regeling Servicepunt71
Voor de indexering van de begroting 2019 is aangesloten bij de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” van de regio Hollands Midden. De indexering voor 2019 is bepaald op 2,3% (incl. de nacalculatie over 2017 van 0,7%) over de deelnemersbijdrage.

5.2 Servicepunt71
In de begroting SP71 zijn de ontwikkelingen zoals geschetst in de kadernota 2019-2022 van Servicepunt71 overgenomen. Voor de indexeringen is een inhaalslag afgesproken om op die manier aan te sluiten bij de indexering die door de deelnemende gemeenten voor 2018 is aangehouden. Over de uitbreiding van de formatie met een Chief Information Officer en een Funtionaris Gegevensbescherming is al eerder overeenstemming bereikt. In de begroting zijn tenslotte ook de incidentele kosten meegenomen voor de 'nieuwe regionale digitale werkplek'. De structurele kosten blijven binnen de bestaande budgetten.

5.3 Matchpoint 2019
Gezien de structurele vraag naar de activiteiten van Matchpoint wordt deze dienstverlening door SP71 voortgezet. Voor 2018 en 2019 leveren de deelnemers nog een incidentele bijdrage maar vanaf 2020 worden de kosten binnen de begroting van SP71 gedekt. De kosten 2019 worden in de begroting voor een deel gedekt door de deelname aan 'Werken In Het Westen' te beëindigen.

5.4 DZB catering vanaf 2018
DZB Catering zet al jaren structureel meer uren in - dan overeengekomen in het contract van 2013 - om de dienstverlening in het restaurant goed te kunnen verzorgen. DZB vraagt nu om de herberekening van de uren door te kunnen belasten met ingang van 1 januari 2018.

5.5 Energie inkoop
In het energieakkoord Holland Rijnland 2017-2025 zijn doelstellingen geformuleerd m.b.t. energietransitie en de duurzaamheidsagenda. Uitgangspunt voor de aanbesteding was een langdurig contract inclusief realisatie additionaliteit, dat wil zeggen opwekken van stroom vindt plaats binnen de regio door zonnepanelen en windmolens. Gebleken is dat op korte termijn nog geen sprake kan zijn van additionaliteit door het ontbreken van fysiek geschikte locaties danwel goedkeuring van de provincie voor het plaatsen van windmolens. Om aan de duurzaamheidsdoelen te voldoen worden nu certificaten aangekocht.

5.6 Ontwikkeling VRIS
Uit de businesscase Vris blijkt dat er vanuit de regiogemeenten vanaf 2018 incidenteel extra middelen nodig zijn. De investeringen zijn nodig voor een transformatie naar een veilige informatiemaatschappij. Gelijktijdig wordt door samenwerking de complexiteit van het beheer van het applicatielandschap teruggedrongen. Met een krachtige aanpak zal dat vanaf 2020 substantiële besparingen opleveren. In overeenstemming met het doel van de Reserve informatiebeleid worden de initiële kosten 2019 daaruit gedekt. Zie ook 3.10.

5.7 Aframen taakstelling formatie
In programma 3 zijn wij ingegaan op de formatieve ontwikkelingen die wij de komende jaren voorzien. De noodzakelijke uitbreiding verdraagt zich niet met de algemene taakstelling op formatie uit het verleden die nu nog in meerjarenraming staat. Deze taakstelling ramen wij af.

5.10 Kapitaallasten ontwikkeling
De berekening van de kapitaallasten voor de komende jaren wordt meegenomen in het begrotingsproces. Hier zijn nu alleen de kapitaallasten voor nieuwe investeringsvoornemens opgenomen. In onderdeel E Investeringen van deze kadernota zijn die investeringsvoornemens en de daarbij behorende kapitaallasten gespecificeerd.

B Vennootschapsbelasting
In deze kadernota en in de begroting 2019 nemen we vooralsnog geen bedrag op voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Op basis van de Vpb-toets bij de jaarrekeningen 2016 en 2017 is geen Vpb-aangifte gedaan. Wel zien we op het onderdeel grondexploitaties, dat er in de komende jaren wellicht een Vpb-plicht zal ontstaan. In de loop van 2018 zal in overleg met de fiscalisten op dit punt een verdieping van de analyse worden opgesteld. Mocht de gemeente voor dit onderdeel Vpb-plichtig worden, dan kan dat alleen als de grondexploitaties een positief resultaat laten zien. In dat geval zal de eventuele Vpb uit die opbrengst worden gedekt zonder een structureel effect op de begroting.

C Onvoorzien
Geen wijziging.

Ga naar boven