Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeC. KadernotaPerspectief 2021-2030

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Perspectief 2021-2030

De financiële kadernota start met de paragraaf "Perspectief 2021-2030" waarin we de financiële positie van de gemeente Leiderdorp op de lange termijn schetsen aan de hand van een aantal relevante ontwikkelingen.

In tegenstelling tot de vorige kadernota zijn voor de ontwikkelingen in het sociaal domein, in het bijzonder voor jeugdhulp, nu structrueel realistische ramingen in de kadernota doorgevoerd. Ook de uitkomsten van het concept Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) en de structurele ontwikkelingen van de beheerplannen openbare ruimte en ontwikkelingen bij de gemeenschappelijke regelingen zijn meegenomen. Daarmee geeft de huidige kadernota voor de periode tot en met 2024 een completer beeld van de financiele positie van de gemeente.

Voor de periode na 2024 zijn twee ontwikkelingen relevant:

Algemene uitkering uit het gemeentefonds
De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is al jaren onderwerp van discussie. De wens om die ontwikkeling te koppelen aan de omvang van de rijksuitgaven enerzijds staat haaks op de wens om meer 'rust' te creëren op deze voor de gemeenten zo bepalende inkomstenstroom. De fluctuaties vooraf en achteraf in de hoogte van de uitkering zorgen voor een wisselend beeld van de financiele positie met alle gevolgen van dien. De oproep van veel gemeenten aan de rijksoverheid om in het kader van de aanpassing van de verdeelsystematiek dit fenomeen te adresseren heeft niet tot resultaat geleid. De onzekerheid op dit punt blijft.

De aanpassing van de verdeelsystematiek zelf is met een jaar uitgesteld. Een belangrijke overweging daarvoor was dat de voorlopige uitkomsten een verschuiving betekende van de kleinere gemeenten naar de grotere steden. Hoewel 'reparatiemaatregelen' worden onderzocht is de verwachting dat die uitkomst niet wezenlijk zal veranderen. Hoe dat nu precies uitpakt voor Leiderdorp is onbekend, maar gerust zijn we er niet op.

Tenslotte de onzekere situate als gevolg van de coronacrisis. De structurele effecten voor de rijksuitgaven cq de omvang van het gemeentefonds zijn allerminst duidelijk. Eind maart heeft het CPB vier scenario’s doen verschijnen over de mate waarin we in een economische recessie belanden als gevolg van de coronacrisis. Naarmate de maatregelen langer nodig zijn, wordt de recessie dieper. We moeten ons realiseren dat het CPB iets zegt over de markteconomie. Dat is wat anders dan de rijksuitgaven die effect hebben op het gemeentefonds. Die rijksuitgaven zullen zich aan het begin van een crisis wellicht anticyclisch bewegen. Een deel daarvan zal buiten de kaders worden geplaatst. En mocht de crisis wat langer duren dan is een tijdelijke fixatie van het accres, net als in de jaren 2009-2011, niet uitgesloten. Voor de langere termijn moeten we wellicht ook rekening houden met dalende accressen. De extra bestedingen ter bestrijding van de gevolgen van deze crisis in 2020 zijn in ieder geval buiten de Accres Relevante Uitgaven (ARU) geplaatst.

Kapitaallasten investeringsplan
Voor de ontwikkeling van de financiele positie na 2024 zijn kapitaallasten die voortvloeien uit het investeringsplan (IP) sterk bepalend. Uit de 10-jarige beheerplannen voor de openbare ruimte zijn de investeringen voor de middellange termijn in kaart gebracht. Verder weten we dat het concept IHP Onderwijs en het beheerplan voor sportaccommodaties ook nog investeringswensen voor de toekomst bevatten. Op dit moment zijn de gevolgen van het investeringsplan tot en met 2030 niet doorgerekend. Die actie is gepland in de zomer van dit jaar waarbij we eerst een indicatie van de 'kasstroom' opvragen. Waar we in het verleden de kapitaallasten voor de planperiode van de begroting + meerjarenraming berekende, verlengen we die horizon nu bij de uitwerking van de begroting tot 2030. In aanvulling op het investeringsplan bij de begroting worden de uitkomsten van die excercitie daar ook gepresenteerd.

Ga naar boven