Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeC. KadernotaProgramma 3: Bestuur en organisatie van Leiderdorp

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Programma 3: Bestuur en organisatie van Leiderdorp

FINANCIËLE POSITIE KADERNOTA 2019
+ = nadeel en - = voordeel

I/S

Autonoom/ bestaand/ nieuw beleid

2019

2020

2021

2022

Nr

Programma 3 Bestuur en organisatie van Leiderdorp

Indexering lonen +1,6%

S

Autonoom

176.144

176.016

176.016

176.016

3.1

Indexering materiële lasten +1,4%

S

Autonoom

222.283

217.143

212.317

210.830

3.2

Indexering kwijtscheldingslasten +2,5%

S

Autonoom

4.104

4.104

4.104

4.104

3.2

Verhoging brandstof en motorrijtuigenbelasting tractiemiddelen

S

Autonoom

19.500

19.500

19.500

19.500

3.3

Inhuurbudget welzijnsopdracht dekking uit formatie

I

Autonoom

-69.000

-69.000

-69.000

0

3.4 / 1.5

Uitbreiding formatie voor uitvoering interbestuurlijk programma

S

Autonoom

331.440

483.440

601.440

755.440

3.5

Garantiebanen

S

Autonoom

184.000

207.000

230.000

252.500

3.6

RDOG

S

Autonoom

10.248

10.248

10.248

10.248

3.7 / 1.3

Veiligheidsregio Hollands Midden

S

Autonoom

52.530

52.530

64.096

64.096

3.8

Indexering bijdrage aan GR-HR

S

Autonoom

28.191

28.191

28.191

28.191

3.9

VRIS toevoeging aan de Reserve bedrijfsvoering

I

Nieuw beleid

0

31.000

70.000

124.000

3.10 / 5.6

Totaal programma 3 Bestuur en organisatie van Leiderdorp

959.440

1.160.172

1.346.912

1.644.925

3A Bestuur

3.1 Indexering lonen +1,6%
In de algemene uitgangspunten is ingegaan op de indexering van de lasten en baten. De loonkosten worden met 1,6% geïndexeerd.

3.2 Indexering materiële lasten +1,4%
In de algemene uitgangspunten is ingegaan op de indexering van de lasten en baten. De materiële kosten worden met 1,4% geïndexeerd. Het budget voor kwijtschelding wordt geïndexeerd met 2,5% aangezien de lasten rechtevenredig samenhangen met de ontwikkeling van de baten (zie algemene dekkingsmiddelen).

3B Bedrijfsvoering

3.3 Verhoging brandstof en motorrijtuigenbelasting tractiemiddelen
Door de stijgende kosten van brandstof en motorrijtuigenbelasting van de tractiemiddelen is een verhoging van het budget noodzakelijk.

3.4 Inhuurbudget welzijnsorganisatie
Naar aanleiding van het project zorg en veiligheid en de welzijnsopdracht zal een Casusregisseur urgente casuïstiek aangesteld worden. Hiervoor zal in 2019 t/m 2021 extra budget nodig zijn, kosten bedragen € 110.000 per jaar. Voor € 69.000 wordt dit gedekt ten laste van vacatureruimte Coördinator STL, de overige € 41.000 worden onttrokken aan de Reserve sociaal domein. In 2021 wordt geëvalueerd en bekeken of deze taak dient te worden voortgezet. Zie ook programma 1B.

3.5 Uitbreiding formatie
Als gevolg van de afspraken tussen VNG en Rijk op het gebied van het interbestuurlijk Programma (IBP), de omgevingswet, informatiebeveiliging en Privacy is het, zoals ook voor andere gemeenten, bij Leiderdorp nodig om de formatie uit te breiden. Daarnaast is op het gebied van regionale samenwerking extra capaciteit nodig om integrale samenwerking binnen de Leidse regio te continueren; bijvoorbeeld ontmanteling Holland Rijnland, samenwerking sociaal domein, Leidse ring Noord. Een derde thema waarin we de komende jaren willen investeren door het beschikbaar stellen van extra capaciteit, is het verbeteren van het klantcontact.

3.6 Garantiebanen
In het Sociaal Akkoord van 11 april 2013 legden het kabinet en de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde centrale organisaties van werkgevers en werknemers afspraken vast over het realiseren van uiteindelijk 125.000 additionele banen voor mensen met een arbeidsbeperking. De marktsector neemt hiervan 100.000 banen voor zijn rekening, de overheid de overige 25.000 banen. Voor Leiderdorp komt dit uit op: 2019: 4,05 banen, voor 2020: 4,55 banen, voor 2021: 5,05 banen, voor 2022: 5,55 banen en voor 2023: 6,05 banen. Vanaf 2023 blijft dit aantal op 6,05 banen structureel staan.

3C Regiozaken

3.7 RDOG
In de kadernota 2019 RDOG worden inhoudelijk structurele kosten aangegeven voor Veilig Thuis (VT) en voor toename lijkschouwingen. Vanaf 2019 wordt VT volledig via het bedrag per inwoner (BPI) aan RDOG bekostigd. De stijging van personeelslasten tengevolge van CAO stijging (1eBR2018) zijn structureel. Op 28 maart is door het Algemeen Bestuur RDOG ingestemd met de Kadernota 2019 RDOG.
Voor de indexering van de begroting 2019 is aangesloten bij de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” van de regio Hollands Midden. De indexering voor 2019 is bepaald op 2,3% (incl. de nacalculatie over 2017 van 0,7%) over de deelnemersbijdrage. Voor de RDOG komt dit neer op een bedrag van € 26.337. Zie ook programma 1A.

3.8 Veiligheidsregio Hollands Midden
Voor de VRHM gelden vanaf 2019 nieuwe bekostigingsafspraken. In 2017 heeft het AB besloten om vanaf 2019 de deelnemersbijdrage te bepalen op basis van de fictieve uitkering van het gemeentefonds voor het subcluster brandweer en rampenbestrijding in de septembercirculaire jaar T-2 (dus voor 2019 wordt de septembercirculaire van dit jaar leidend). De gemeentelijke bijdrage 2019 van Leiderdorp bedraagt € 1.563.009 (vanaf 2021 € 1.574.575), om hieraan te kunnen voldoen verhogen we het budget met € 52.530 (vanaf 2021 € 64.096). De belangrijkste oorzaken van deze verhoging zijn: indexering, reparatie FLO overgangsrecht 2018, digitale transformatie en overige ontwikkelingen.

3.9 Indexering Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland
Voor de indexering van de begroting 2019 is aangesloten bij de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” van de regio Hollands Midden. De indexering voor 2019 is bepaald op 2,3% (incl. de nacalculatie over 2017 van 0,7%) over de deelnemersbijdrage. Voor Holland Rijnland komt dit neer op een bedrag van € 20.191. De kadernota van Holland Rijnland is 14-03-2018 vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur Holland Rijnland en komt uit op een verhoging van € 155.000, bovenop de vastgestelde indexering. Voor Leiderdorp komt dit neer op een extra verhoging van € 8.000.

3.10 Storting in de bedrijfsvoeringsreserve
Uit de businesscase Vris blijkt dat er vanuit de regiogemeenten vanaf 2018 incidenteel extra middelen nodig zijn. De investeringen zijn nodig voor een transformatie naar een veilige informatiemaatschappij. Gelijktijdig wordt door samenwerking de complexiteit van het beheer van het applicatielandschap teruggedrongen. Met een krachtige aanpak zal dat vanaf 2020 substantiële besparingen opleveren. In overeenstemming met het doel van de reserve informatiebeleid worden de initiële kosten daaruit gedekt. De structurele effecten worden, gelet op de 'conceptuele' fase van Vris, voorlopig toegevoegd aan de reserve bedrijfsvoering. Zie ook het onderdeel Overhead.

Ga naar boven