Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeC. KadernotaAlgemene Dekkingsmiddelen

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Algemene Dekkingsmiddelen

FINANCIËLE POSITIE KADERNOTA 2023
+ = nadeel en - = voordeel

I/S

Autonoom/ bestaand/ nieuw beleid

2023

2024

2025

2026

Nr

Programma Algemene dekkingsmiddelen

Dividend BNG

S

Autonoom

-45.000

-45.000

-45.000

-45.000

401

Converteerbare lening Alliander

S

Autonoom

-55.473

-55.473

-55.473

-55.473

402

Indexering AU 1,92%

S

Autonoom

-764.749

-764.749

-764.749

-764.749

403

Extra indexering AU 1,00%

S

Autonoom

-398.000

-398.000

-398.000

-398.000

403

Indexering Lonen 3,0%

S

Autonoom

355.280

355.280

355.280

355.280

403

Indexering materieel 5,0%

S

Autonoom

1.648.311

1.648.311

1.648.311

1.648.311

403

Indexering belastingen 6,1%

S

Autonoom

-924.753

-924.753

-924.753

-924.753

403

Inhaal indexering GR-en in 2024

S

Autonoom

0

140.000

140.000

140.000

404

Indexering bijdrage BSGR

S

Autonoom

8.299

8.299

8.299

8.299

405

Extra accres regeerakkoord

S

Autonoom

-811.454

-1.477.263

-1.620.718

-749.035

406

Stelpost extra accres 2026

S

Autonoom

0

0

0

-871.684

406

Schrappen opschalingskorting

S

Autonoom

-520.163

-657.048

-848.687

0

406

Effecten herverdeling aanv.

S

Autonoom

-209.000

210.000

417.000

660.000

406

Jeugdzorg 100% Cie v Wijzen

S

Autonoom

-406.000

-381.000

-351.000

-242.000

406

Toevoegen Jeugdzorg 100% AU

S

Autonoom

406.000

381.000

351.000

0

406

Jeugdzorg korting regeerakkoord

S

Autonoom

0

123.000

613.000

613.000

406

Stelpost jeugdzorg taakstelling

S

Autonoom

0

-123.000

-613.000

-613.000

406

Rente geldleningen

S

Autonoom

67.597

230.195

317.431

317.431

407

Totaal programma Algemene dekkingsmiddelen

-1.649.105

-1.730.201

-1.771.059

-921.373

401. Dividend BNG
Het dividend van de BNG loopt weer op. In 2022 valt het dividend € 45.000 hoger uit dan geraamd. Met ingang van 2021 ramen we de dividendopbrengst op het niveau van de laatste dividenduitkering gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten. Dat betekent dat ook de meerjarenraming opwaarts wordt bijgesteld.

402. Converteerbare lening Alliander
In december 2021 heeft de gemeente ter versterking van de kapitaalstructuur van Alliander een 'reverse converteerbare hybride obligatielening' verstrekt van € 2.673.381. De rente op deze lening is bepaald op 2,075% en wordt met ingang van 2022 in de begroting geraamd. De structurele baten worden meegenomen in de Financiële Kadernota 2023-2026.

403. Indexering algemeen
De indexering van de algemene uitkering, de loonkosten, de materiele kosten en de belastingen zijn globaal berekend op basis van de voorgestelde percentages in deze kadernota. Het saldo is 'geparkeerd' op de algemene baten en lasten en wordt op een later moment uitgesplitst.

Het aandeel voor de prijsontwikkeling in de algemene uitkering is bepaald door de uitkering van 2023 tegen constante prijzen te vergelijken met de uitkering van 2023 tegen lopende prijzen. Dit is een bedrag van € 764.749 en dat betekent een aandeel voor prijsontwikkeling van 1,92% in het accres van de algemene uitkering. In de laatste circulaire is echter rekening gehouden met lagere indexeringen dan dat we nu in de het CEP van maart 2022 zien. De verwachting is dat de areaalontwikkeling in de meicirculaire 2022 door toepassing van hogere indexeringen in de rijksbegroting ook navenant zal toenemen. Gelet op die ontwikkeling nemen we nu bij de financiële kadernota al een voorschot op de extra toename van het accres als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. We rekenen met 1,00% extra algemene uitkering zijnde € 398.000 ter dekking van de indexeringen in de eigen begroting.

Voor de indexering van de lonen volgen we het advies van de specialist van SP71. De materiële kosten worden geïndexeerd op basis van de Index Materiële Overheids Consumptie (IMOC) zoals die in het Centraal Economisch Plan van maart 2022 is gepubliceerd. We nemen daarvoor het percentage 2023 van 2,3% verhoogd met de correctie van deze index voor 2022 van (4,1% - 1,4%=) 2,7%. Dat percentage komt daarmee op 5,0%. Voor de verhoging van de gemeentelijke belastingen hanteren we het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI) volgens de CEP van maart 2022. We nemen daarvoor het percentage 2023 van 2,4% verhoogd met de correctie van deze index voor 2022 van (5,2% - 1,5% =) 3,7%. Dat percentage komt daarmee op 6,1%.

404. Inhaal indexering GR-en in 2024
De indexering van de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen wordt door de werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) bepaald en is voor 2023 vastgesteld op 3,7% voor de loonkosten en 2,5 % voor de materiële kosten. Die indexering is waardevast. Dat wil zeggen dat bij de jaarlijkse indexering van de komende begroting rekening wordt gehouden met de prijsontwikkeling van de twee voorgaande jaren (t-1 en t-2) volgens de Macro Economische Verkenningen (MEV). Nu zien we in de ontwikkeling van de indices in het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2022 voor het jaar 2021 fors hogere percentages. Als die percentages in de MEV van september 2022 op hetzelfde niveau liggen, dan zal voor de indexering van de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen voor 2024 en verder een inhaalslag nodig zijn. Op basis van de cijfers in het CEP betekent dat circa 3,0% extra op zowel de loonkosten als de materiële kosten. Deze vertraagde doorwerking van de prijsontwikkeling nemen we nu als stelpost in de meerjarenraming op.

405. Indexering bijdrage BSGR
Op basis van de begroting 2023-2026 van de BSGR wordt de deelnemersbijdrage verhoogd. De indexering van de deelnemersbijdrage 2023 ten opzichte van 2022 is voorlopig bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen op basis van de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire.

406. Algemene uitkering Gemeentefonds
In het regeerakkoord van 15-12-2021 zijn een groot aantal intensiveringen opgenomen. Dat betekent een groei van de rijksbegroting en daarmee ook een groei van het gemeentefonds. Dat levert een extra accres op. Door het opnemen van een stelpost in 2026 elimineren we de eenzijdige verlaging door het kabinet van het accres in 2026. Daarnaast is de opschalingkorting tot en met 2025 geschrapt. Verder is besloten om de herziening van de verdeelsystematiek gemeentefonds met ingang van 1 januari 2023 door te voeren. De herverdeeleffecten zijn volledig verwerkt inclusief de nog niet vastgestelde ingroei (verlaging) van € 15 per inwoner in 2026. Tenslotte is de compensatie voor de Jeugdzorg volgens de Cie van Wijzen, dus inclusief de hervormingsagenda, verhoogd van 75% naar 100%. Deze verhoging is in de jaren 2023 tot en met 2025 toegevoegd aan de reserve sociaal domein en in 2026 gebruikt om de extra kosten in het kader van het sociaal domein gedeeltelijke op te vangen. De extra korting op de Jeugdzorg met ingang van 2024 is geëlimineerd door het opvoeren van een stelpost voor hetzelfde bedrag. Voor een uitgebreide inhoudelijke toelichting van deze mutaties verwijzen wij hier naar de paragraaf "Perspectief 2023-2032".

407. Rente geldleningen
In het laatste halfjaar loopt de kapitaalmarktrente geleidelijk weer op. Reden om de renteverwachting voor het aantrekken van nieuwe geldleningen opwaarts bij te stellen. Die bijstelling heeft consequenties voor de ontwikkeling van de financieringskosten voor de komende jaren. Op basis van de financieringsbehoefte volgens de begroting 2022 is dat budgettaire effect berekend.

Ga naar boven