Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeC. KadernotaAlgemene uitgangspunten

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Algemene uitgangspunten

Beginstand 2023-2026
Zoals gebruikelijk starten we de kadernota met de stand van de lopende begroting. Deze stand is opgebouwd vanaf de primitieve begroting 2022-2025. Voor de inhoudelijke besluiten verwijzen wij u naar de betreffende raadsbesluiten respectievelijk raadsvoorstellen. Voor een goed beeld van de uitkomsten van de kadernota 2023-2026 zijn de voorgenomen verrekeningen 2022 t/m 2025 met de behoedzaamheidsreserve gemeentefonds teruggedraaid en is de jaarschijf voor het jaar 2026 toegevoegd. De beginstand laat het volgende beeld zien:

Onderwerp

I/S

2023

2024

2025

2026

Stand van de begroting voor de Kadernota 2023-2026

I/S

0

0

0

-12.041

Terugdraaien verrekening behoedzaamheidsreserve

I

-480.453

92.075

-266.823

-58.774

Begrotingssaldo

-480.453

92.075

-266.823

-70.815

voordelig

nadelig

voordelig

voordelig

Indexering baten
In maart 2022 is het Centraal Economisch Plan 2022 (CEP) van het CPB gepubliceerd. In de kerngegevenstabel is het verwachte indexeringspercentage opgenomen dat wij aanhouden voor de indexering van de inkomsten van de gemeente Leiderdorp. De raming voor het nationale consumentenprijsindex (cpi) bedraagt voor 2023 2,4%. Voor 2022 bedraagt het cpi nu 5,2% terwijl bij de begroting 2022 nog 1,5% werd verwacht. Voorgesteld wordt nu om de inkomsten in de begroting te verhogen met 6,1%, te weten 2,4% plus de correctie van 3,7% voor 2022. Op deze wijze wordt de indexering op het meest actuele beeld gebaseerd.

De algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de ontwikkeling van de rijksbegroting. In die rijksbegroting wordt ook rekening gehouden met loon- en prijsontwikkelingen, maar BZK verstrekt geen informatie over het aandeel van die loon- en prijsontwikkelingen in het totaal van het gemeentefonds. Op basis van de decembercirculaire is de algemene uitkering voor 2023 omgerekend van constante (prijspeil 2022) naar lopende prijzen (prijspeil 2023). Op basis van die omrekening komt de toename van de algemene uitkering op circa 1,92%. In afwijking van voorgaande jaren is dit percentage met 1,0% verhoogd aangezien de decemberwijziging nog was gebaseerd op de loon- en prijsontwikkeling van de Macro Economische Verkenningen (MEV) van september 2021. De loon- en prijsontwikkelingen volgens de CEP van maart 2022 vallen substantieel hoger uit. Die ontwikkeling zal naar verwachting ook een opwaarts effect hebben op de toename van het accres van het gemeentefonds. Om die reden is een extra toename als compensatie voor de loon- en prijsontwikkeling opgenomen. Dat betekent dat we een percentage van 2,92% aanhouden vooruitlopend op het beschikbaar komen van de meicirculaire 2022.

Indexering lasten
Het is gebruikelijk om de personele budgetten in de begroting jaarlijks te laten meegroeien met de feitelijke loonkostenontwikkeling. De huidige cao gemeenten loopt tot 31 december 2022. Op basis van die cao en de verwachtingen voor 2023 is een inschatting gemaakt van de loonontwikkeling voor 2023. Die ontwikkeling bestaat uit een doorwerking van de huidige cao naar 2023 van 0,46% en voor 2023 van 2,54% . De totale loonkosten nemen dan ook toe met 3,00%.

De budgetten voor de materiële lasten worden in de begroting geïndexeerd met het percentage voor de prijsontwikkeling van de netto materiële overheidsbestedingen (imoc) zoals deze in het Centraal Economisch Plan 2022 van het CPB zijn gehanteerd. Het percentage voor 2022 van 4,1% is 2,7% hoger dan het percentage van 1,4% dat voor de begroting 2022 is gebruikt. Voor dit verschil wordt de indexering voor 2023 van 2,3% gecorrigeerd. De indexering voor 2023 komt daarmee op 5,0%.

Voor de indexering van de bijdragen aan de meeste gemeenschappelijke regelingen is aangesloten bij de afspraken die met de regio-gemeenten zijn gemaakt in de werkgroep Financiele Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen. Die heeft de indexering voor de loonkosten bepaald op 3,70% en de indexering voor de materiele budgetten op 2,50%. De bijdrage van de gemeente aan de regeling wordt vervolgens geïndexeerd met het gewogen percentage op basis van de verhouding loonkosten en materiele kosten volgens de begroting van de betreffende gemeenschappelijke regeling.

De indexering van de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen beoogt een waardevaste begrotingsontwikkeling. Om die reden is afgesproken dat bij de bepaling van de indexering rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van de afgelopen twee jaar. Omdat we nu plotseling een substantiële stijging van de loon- en prijsontwikkeling zien, weten we nu al dat bij vaststelling van de indexering voor 2024 sprake zal zijn van een 'inhaalindexering'. Die inhaalindexering hebben we bepaald op 3,00% en daarvoor is met ingang van 2024 een stelpost opgenomen.

Tenslotte houden we bij de indexering van meerjarige uitbestedingen rekening met de contractuele afspraken. Denk bijvoorbeeld aan Sportfondsen en Incluzio.

Renteverwachting
Voor de financiering van de gemeentelijke activiteiten c.q. investeringen leent de gemeente op de geld- en kapitaalmarkt. Voor de bepaling van het meerjarenbeeld worden de financieringskosten berekend aan de hand van de renteverwachting voor de komende jaren. Gelet op de oplopende rente van de laatste maanden is de renteverwachting opwaarts bijgesteld naar het niveau van dit moment. De renteverwachting met betrekking tot de geldmarkt is ongewijzigd.

  • Rente kapitaalmarkt: 2023 = 1,50%, 2024 = 2,00%, 2025 = 2,00% en 2026 = 2,00%.
  • Rente geldmarkt: 2023 = 0,25%, 2024 = 0,50%, 2025 = 0,50% en 2026 = 0,50%.

De omslagrente blijft in 2023 op 0,50%, de rente voor grondexploitatie op 1,25%.

Areaalontwikkeling
De areaalontwikkeling voor de ontwikkeling van de waarden en de aantallen woningen en niet-woningen is geactualiseerd naar de inzichten op dit moment. De berekening van de budgettaire effecten voor de opbrengst OZB worden meegenomen bij het opstellen van de begroting. Het effect van de areaalontwikkeling op de algemene uitkering wordt meegenomen bij de presentatie van de effecten van de meicirculaire 2022. De effecten van de areaalontwikkeling op de beheerskosten van de openbare ruimte worden betrokken bij de opstelling en actualisatie van de beheerplannen.

Uitkomst kadernota 2023-2026 

Voor de start van onderstaand overzicht gaan we uit van het begrotingssaldo zoals dat hiervoor is bepaald. Rekening houdend met ontwikkelingen per programma laat de financiële kadernota in de jaren 2023 tot en met 2025 een overschot zien en realiseren we in 2026 een tekort.

Onderwerp

2023

2024

2025

2026

Begrotingssaldo

-480.453

92.075

-266.823

-70.815

voordelig

nadelig

voordelig

voordelig

Totaal programma 1 Meedoen in Leiderdorp

88.821

88.821

328.524

1.286.815

Totaal programma 2 Aantrekkelijk Leiderdorp

113.456

50.756

108.006

155.756

Totaal programma 3 Bestuur en organisatie van Leiderdorp

172.421

181.321

181.021

180.721

Totaal programma Algemene dekkingsmiddelen

-1.649.105

-1.730.201

-1.771.059

-921.373

Totaal programma Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien

429.100

392.936

422.257

423.642

Totaal exploitatie

-1.325.760

-924.292

-998.074

1.054.746

voordelig

voordelig

voordelig

nadelig

Waarvan incidenteel

-1.086.406

-721.817

-1.044.984

487.185

Waarvan structureel

-239.354

-202.475

46.910

567.561

Ga naar boven