Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeC. KadernotaOntwikkeling lokale lasten

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Ontwikkeling lokale lasten

In deze kadernota gaan we in op de ontwikkeling van de lokale lasten in Leiderdorp waarbij we de effecten van de afschaffing van de precario op kabels en leidingen meenemen. De afschaffing van de precario betekent immers een lastenverlichting voor inwoners en bedrijven via de rekening van de netwerkbedrijven (Liander en Oasen).

Precariobelasting op kabels en leidingen
Op 21 maart 2017 nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel aan tot afschaffing van precariobelasting op nutsbedrijven. Gemeenten kunnen gebruikmaken van de overgangsregeling tot 1 januari 2022. Van die mogelijkheid heeft Leiderdorp gebruik gemaakt. In de raadsvergadering van 26 juni 2017 stelde de raad drie uitgangspunten vast voor het wegvallen van deze opbrengst:

  • We mogen de verlaging van de lasten van onze burgers en bedrijven door het wegvallen van de precariobelasting op kabels en leidingen verleggen naar één of meer andere lokale heffingen.
  • We voeren de afschaffing van de precariobelasting op kabels en leidingen én de verlegging naar andere lokale heffingen in 2022 in één keer uit.
  • We voeren de verlegging naar andere lokale heffingen voor burgers en bedrijven in principe lastenneutraal door. Randvoorwaarde is dat heffingen niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn.

Met de afschaffing van de precariobelasting samenhangende dossiers
Na de vaststelling van bovengenoemde uitgangspunten is afgesproken dat bij de verlegging van de precariobelasting naar andere heffingen gelijktijdig de volgende aspecten worden betrokken:

1. Doorberekening extra kosten afvalverwerking m.i.v. 2020.

In de begroting van 2020 is het volgende vermeld: De gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude hebben samen met SP71 een aanbesteding gedaan voor het afvoeren van de door de overheid verplicht gestelde afvalstromen van de milieustraat. Duidelijk was al dat de tarieven van de huidige overeenkomsten niet meer marktconform zijn. Grote hoeveelheden importafval en de problemen bij de verwerker in Amsterdam zorgen voor drukte bij de verwerkingsinstallaties. De geringe capaciteit leidt tot hoge tarieven. Voor Leiderdorp nemen de kosten met 200% toe. De huidige beschikbare middelen voor het afvoeren van de afvalstromen milieustraat bieden onvoldoende ruimte om de kostenverhoging op te vangen. De kostenverhoging voor 2020 en verder bedraagt € 208.000 per jaar. We verhogen het budget voor het afvoeren van de afvalstromen met dit bedrag. We dekken de verhoging met een structurele onttrekking aan de egalisatiereserve reiniging. Dit komt overeen met de doelstelling van deze egalisatiereserve: 'het egaliseren van baten of lasten op het product reiniging om schommelingen in het tarief te voorkomen'. De hoogte van de egalisatiereserve reiniging (ongeveer € 4,5 miljoen) is toereikend. We nemen de mogelijke doorberekening van deze extra kosten mee in de al aangekondigde herziening van de tarieven afvalstoffenheffing 2022 n.a.v. de afschaffing van de precariobelasting op kabels en leidingen.

2. Inzet egalisatiereserve reiniging i.v.m. de overschrijding signaalbedrag.

De gemeente Leiderdorp heeft een egalisatiereserve reiniging die zich al een tijd boven de signaleringswaarde van € 2,5 miljoen beweegt. De stand van de reserve is per 31 december 2020 € 4,3 miljoen. Wij hebben verdere acties om dat saldo af te bouwen voor ons uit geschoven met de volgende argumenten:

  • De gemeente was de afgelopen jaren bezig met de herformulering van het inzamelbeleid. Aanvankelijk zat de gemeente op de “omkering afvalinzameling” (voorscheiding) met alle extra kosten van dien. Daarvoor zou o.a. dekking gevonden kunnen worden in de reserve reiniging. Later is de gemeente teruggekeerd naar een tussenvariant waarin de extra kosten niet of veel minder hoog uitvielen. De financiële effecten van het huidige beleid zijn intussen verwerkt in de begroting en de meerjarenraming zonder verhoging van de tarieven of een beroep op de egalisatiereserve.
  • De gemeente wilde niet tussentijds de tarieven verlagen (t.l.v. de reserve) en vervolgens n.a.v. de afschaffing precario de tarieven weer verhogen. Dus geen jo-jo effecten maar de wijzigingen in samenhang beoordelen en doorvoeren.
  • De dekkingsgraad van de afvalstoffenheffing bewoog zich de afgelopen jaren ruimschoots onder de 100% terwijl de gemeente Leiderdorp als uitgangspunt wel gaat voor kostendekkende tarieven. Een extra verhoging van de tarieven lag met het oog op de coalitieakkoorden van de afgelopen jaren niet voor de hand. Daarin was een gematigde stijging van de lokale lasten (inflatiecorrectie) de inzet. Een verlaging van de tarieven met een inzet van de reserve was echter ook niet verenigbaar met het streven naar kostendekkende tarieven.

Verlaging tarieven netwerkbedrijven
De tarieven van de netwerkbedrijven dalen met ingang van 2022 door de afschaffing van de precario op kabels en leidingen. Die daling werkt voor de verschillende netwerkbedrijven ook verschillend uit:

Waterbedrijf
Oasen berekend tot en met 2021 de precario per gemeente apart door op de jaarafrekening. De opgelegde aanslag voor precario wordt doorberekend als een vast bedrag per aansluiting van € 15,77. In de afrekening van 2022 zal deze doorberekening wegvallen.

Energiebedrijf
De energiebedrijven verkopen gas en electra aan huishoudens en bedrijven. In de jaarnota worden de kosten van de netwerkbedrijven (zoals Liander, Enexis of Stedin) door de energiebedrijven doorberekend. Op aanwijzing van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) wordt de precariobelasting die de netwerkbedrijven aan gemeenten betalen, via een algemene omslag verwerkt in de tarieven. In 2018 is aan de netwerkbedrijven gevraagd welke bedrag aan precario in de tarieven is verdisconteerd. In onderstaande tabel is dat inzicht verstrekt. Voor Liander, het netwerkbedrijf dat o.a. Leiderdorp als verzorgingsgebied heeft, is dat een bedrag van € 55 per aansluiting voor gas en electra gezamenlijk.

Elektriciteit: 3x25 Amp en Gas: 500<<4000 m3/jaar

Bedrijf

Tarieven Elektriciteit

Tarieven Gas

Tarieven incl. Precario (1)

Tarieven excl. Precario (2)

Effect Precario (3)

Liander

252

193

445

390

55

Enexis

224

169

393

392

1

Stedin

237

181

418

389

29

In deze tabel is enerzijds zichtbaar dat de tarieven van de verschillende netwerkbedrijven excl. precario goed vergelijkbaar zijn en anderzijds blijkt de verstorende factor van de precario in het huidige tarief. Het wegnemen van deze verstoring is één van de redenen waarom deze heffing door de wetgever is geblokkeerd.

Conclusie: De lasten via de netwerkbedrijven per huishouden/bedrijf dalen met € 15,77 voor Oasen + € 55 voor Liander = € 70 per jaar als gevolg van de afschaffing van de precario op kabels en leidingen.

Compensatie afschaffen precariobelasting
Voor de compensatie voor het afschaffen van de precariobelasting volgen we de door de raad vastgestelde uitgangspunten. Aangezien we de compensatie in één keer m.i.v. 2022 effectueren wordt aan het tweede uitgangspunt voldaan. Voor de verlegging van de precariobelasting naar één of meer andere lokale heffingen bestaan de volgende opties. Verlegging naar de OZB, naar de rioolheffing, naar de afvalstoffenheffing of naar een combinatie van deze heffingen.

De keuze voor één van de genoemde opties wordt vervolgens bepaald door het derde uitgangspunt waarin is bepaald dat de verlegging naar andere lokale heffingen voor burgers en bedrijven in principe lastenneutraal wordt doorgevoerd én waarbij de heffingen niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. Aangezien de precariobelasting via de netwerkbedrijven tegen een vast bedrag per huishouden/bedrijf werd doorberekend komt de verlegging naar de OZB niet in aanmerking. De hoogte van deze belasting wordt immers bepaald aan de hand van de waarde per object en varieert dus per huishouden. Daardoor is een lastenneutrale verschuiving niet mogelijk.

Voor de verlegging blijven dan de rioolheffing, de afvalstoffenheffing of een combinatie van deze twee heffingen over. Via een verhoging van de afvalstoffenheffing worden de huishoudens belast maar niet de bedrijven. Die worden aangeslagen voor reinigingsrecht maar alleen als zij er voor kiezen om het afvoer de gemeente in te schakelen. Aangezien nog geen 10% van de bedrijven daar gebruik van maakt, is een lastenneutrale verlegging op die manier niet volledig te realiseren.

Uit oogpunt van een lastenneutrale verlegging ligt de rioolheffing als instrument meer voor de hand omdat zowel de heffing zowel huishoudens (woningen) als bedrijven en instellingen (niet-woningen) treft. De rioolheffing is echter al vrijwel kostendekkend hetgeen een verhoging van de tarieven in de weg staat.

Voor de realisering van een lastenneutrale verlegging stellen wij dan ook voor om het wegvallen van de opbrengst precariobelasting te compenseren door:
- ca 12.500 huishoudens / woningen: verhoging van de afvalstoffenheffing met een vast bedrag
- ca 500 bedrijven / niet-woningen: verhoging van de rioolheffing met hetzelfde bedrag

De verhoging per woning of niet-woning komt uit op € 570.000 / 13.000 = € 44 per jaar

Doorberekening extra kosten afvalverwerking
Zoals eerder in deze paragraaf is toegelicht zijn de extra kosten van € 208.000 voor afvalverwerking met ingang van 2020 voorlopig gedekt ten laste van de reserve. Gegeven het streven naar kostendekkende tarieven ligt het voor de hand om deze extra kosten m.i.v. 2022 te verwerken in de tarieven voor de afvalstoffenheffing.

Thans zien we in de financiële kadernota 2022-2025 dat de opbrengsten oud papier verder teruglopen. Gelet op het gesloten systeem voor de afvalverwerking stellen wij voor om het bedrag van € 38.650 eveneens m.i.v. 2022 door te berekenen in de tarieven van de afvalstoffenheffing.

Dat betekent voor de woningen een verhoging van (€ 208.000 + € 38.650=) € 246.650 / 12.500 = € 19 per jaar

Resumé
De lasten voor woningen en niet-woningen via de netwerkbedrijven nemen af met € 70 door de afschaffing van de precariobelasting op kabels en leidingen. Ter compensatie voor de afschaffing van de precariobelasting in combinatie met de doorberekening van de toegenomen kosten voor de afvalverwerking nemen de lasten voor woningen toe met € 63 en voor de niet-woningen met € 44.

  • Per saldo dalen de lokale lasten in 2022 voor woningen met € 7 en voor niet-woningen met € 26.

Dekkingsgraad van de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht
De gemeente streeft voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing naar kostendekkende tarieven. Dat wil zeggen dat de toerekenbare kosten volledig worden gedekt door de opbrengsten waarbij we streven naar een dekkingsgraad van 95% tot 100%. Die marge hanteren we met het oog op de wettelijke bepaling dat tarieven niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Relatief kleine wijzigingen in de lasten of baten kunnen bij een maximale dekkingsgraad van 100% al snel leiden tot een verplichte aanpassing in de tarieven.

De dekkingsgraad van de rioolheffing beweegt zich de afgelopen jaren tussen 97% en 100%. Die dekkingsgraad voldoet dan ook aan het streven naar kostendekkendheid.

De dekkingsgraad van de afvalstoffenheffing beweegt zich in de afgelopen jaren tussen de 72% en de 84%. In de begroting 2021 is die dekkingsgraad als volgt berekend:

Totale kosten taakveld afval incl. overhead en toerekenbare Btw

€ 5.181.188

Opbrengst afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

€ 3.907.864

Dekkingsgraad 2021

75%

Het verschil tussen de baten en lasten is € 1.373.000. Voor de verdere berekening gaan we er van uit dat de verhouding tussen de baten en de lasten in 2022 min of meer gelijk blijft. Als gevolg van besluiten bij deze kadernota ontwikkelen de kosten en de opbrengsten zich dan als volgt:

Omschrijving

Bedrag x € 1.000

Totale kosten taakveld afval

5.181

Indexering loon 2,0% en materieel 1,7%

95

Totaal lasten 2022

5.276

Opbrengst afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

3.908

Verlegging precariobelasting 12.500 x 44

+ 550

Indexering 1,7%

+ 76

Doorberekening extra kosten afvalverwerking

+ 247

Areaalontwikkeling 2018-2021 (zie programma 2)

+ 150

Totaal opbrengsten 2022

4.931

Dekkingsgraad 2022

93%

De dekkingsgraad benadert als gevolg van de doorgevoerde wijzigingen het gewenste niveau. Om de maximale kostendekkendheid te realiseren moeten de opbrengsten met een bedrag van € 354.000 omhoog. Dat zou een extra tariefstijging betekenen van € 28 per woning. Een toename van de lokale lasten verdraagt zich echter niet met het coalitieakkoord. Daar komt bij dat de omvang van de reserve reiniging in de afgelopen jaren ruimschoots boven het signaalbedrag van € 2,5 miljoen is uitgekomen.

Inzetten reserve reiniging
De reserve is ingesteld voor de egalisatie van de tarieven afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Het verhogen van de tarieven kan (voor langere termijn) achterwege blijven als het surplus van de reserve reiniging wordt ingezet. Die reserve heeft een omvang van € 4,3 miljoen en wij denken dat op de lange termijn een omvang van ongeveer 50% van het signaalbedrag toereikend is als buffer om de tarieven te egaliseren. Dat betekent dat het surplus ongeveer € 3 miljoen bedraagt.

Het inzetten van het surplus van de reserve reiniging willen net als de opbouw ervan over een groot aantal jaren uitsmeren. De vrijval uit de reserve start dan in 2022 op een omvang die nodig is om een dekkingsgraad van 100% te benaderen. Die berekenen we op een bedrag van € 292.500. De vrijval uit de reserve neemt vervolgens jaarlijks met € 15.000 af. Die afname staat gelijk aan ca 0,3% per jaar van de opbrengst afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

De vrijval uit de reserve bestrijkt op deze wijze een periode van 20 jaar en is daarmee gemotiveerd aan te merken als een structurele dekking. De vrijval is immers over zeer lange periode geraamd, maar door de jaarlijkse verlaging loopt die vrijval uiteindelijk terug naar nul. Dat geeft tegelijkertijd aan de gemeente de ruimte om bijvoorbeeld tussentijds bij te sturen door bijvoorbeeld de tarieven iets te verhogen of als de ontwikkeling van de exploitatie daar aanleiding toe geeft, de vrijval uit de reserve bij te stellen.

Jaar

Vrijval reseve

2022

€ 292.500,00

2023

€ 277.500,00

2024

€ 262.500,00

2025

€ 247.500,00

2026

€ 232.500,00

2027

€ 217.500,00

2028

€ 202.500,00

2029

€ 187.500,00

2030

€ 172.500,00

2031

€ 157.500,00

2032

€ 142.500,00

2033

€ 127.500,00

2034

€ 112.500,00

2035

€ 97.500,00

2036

€ 82.500,00

2037

€ 67.500,00

2038

€ 52.500,00

2039

€ 37.500,00

2040

€ 22.500,00

2041

€ 7.500,00

Totaal

€ 3.000.000,00

Ga naar boven